ECLI:NL:RBGEL:2020:4976
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen besluit Wob-verzoek over agendering raadsvoorstellen
Eiser heeft een beroep ingesteld tegen het besluit van 15 oktober 2019 waarbij het bezwaar tegen het primaire besluit van 1 april 2019 werd afgewezen. Het verzoek betrof informatie over de agendering van raadsvoorstellen 16/2019 en 30/2019. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) had een kopie van een besluitenlijst verstrekt, waarin het raadsvoorstel niet vermeld stond.
Eiser stelde dat het verkeerde bestuursorgaan had beslist, dat het verstrekte document geen relevante informatie bevatte en dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. Verder voerde hij aan dat de wettelijke beslistermijn was overschreden en dat hij niet gehoord was.
De rechtbank oordeelde dat B&W bevoegd was om te beslissen omdat de stukken feitelijk bij B&W berusten en de gemeenteraad het verzoek aan B&W had doorverwezen. Het ontbreken van relevante informatie in het document betekent niet dat het verzoek niet is ingewilligd. Het niet horen van eiser wordt gepasseerd omdat hij zijn standpunt in beroep kon toelichten. De wettelijke beslistermijn is een termijn van orde. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt het griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op het Wob-verzoek wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan eiser terugbetaald.