ECLI:NL:RBGEL:2020:4683
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening handhaving NS op grond van Noodverordening COVID-19
Verzoeker, die vanwege zijn vitale werk dagelijks met het openbaar vervoer reist, verzocht de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid om handhavend op te treden tegen de NS wegens het niet kunnen waarborgen van 1,5 meter afstand in de trein, in strijd met artikel 2.7 van de Noodverordening COVID-19.
De Veiligheidsregio weigerde een besluit te nemen omdat verzoeker niet als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd aangemerkt. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of verzoeker belanghebbende is een principiële kwestie betreft die niet in de voorlopige voorzieningprocedure kan worden beantwoord. Gezien het ontbreken van een besluit en het ontbreken van onverwijlde spoed, wees de voorzieningenrechter het verzoek af.
De vertegenwoordiger van verweerder gaf aan spoedig een besluit op bezwaar te zullen nemen, waarna de rechtbank het beroep met voorrang zal behandelen. De uitspraak is zonder rechtsmiddel.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van het belanghebbendestatuut en onverwijlde spoed.