ECLI:NL:RBGEL:2020:3930

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 augustus 2020
Publicatiedatum
5 augustus 2020
Zaaknummer
C/05/370336 / HA ZA 20/211
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 224 RvArt. 4 Brussel I bis-verordeningArt. 39 Brussel I bis-verordeningArt. 2 Brussel I bis-verordeningArt. 62 lid 2 Brussel I bis-verordening
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot zekerheidstelling proceskosten in civiele procedure met internationale aspecten

In deze civiele procedure vordert EMS Ambulance B.V. zekerheidstelling voor proceskosten en schadevergoeding van eiser, die zijn woonplaats in Duitsland heeft. EMS baseert haar vordering op het risico dat een proceskostenveroordeling niet verhaalbaar zou zijn vanwege een mogelijke verhuizing van eiser naar Singapore, dat geen partij is bij relevante internationale verdragen.

Eiser betwist dit en stelt dat hij zijn woonplaats in Duitsland heeft, wat wordt onderbouwd met een verblijfsvergunning, inschrijving in de gemeente Heidelberg en een arbeidscontract. De rechtbank past Duits recht toe om de woonplaats vast te stellen en concludeert dat eiser inderdaad woonplaats in Duitsland heeft.

Op grond van artikel 224 lid 2 sub b Rv Pro in samenhang met de Brussel I bis-verordening is eiser daardoor niet verplicht zekerheid te stellen. De rechtbank wijst de vordering van EMS af en veroordeelt EMS in de proceskosten van het incident.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot zekerheidstelling af omdat eiser zijn woonplaats in Duitsland heeft en de proceskostenveroordeling daar ten uitvoer kan worden gelegd.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zutphen
zaaknummer / rolnummer: C/05/370336 / [HZ ZA 20/211]
Vonnis in incident van 5 augustus 2020
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] (Duitsland),
eiser in conventie in de hoofdzaak,
verweerder in reconventie in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. S.G. Francovich te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EMS AMBULANCE B.V.,
gevestigd te Winterswijk,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiseres in reconventie in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
2.
[gedaagde 2]
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. R. de Lange te Terborg.
Partijen zullen hierna [eiser] en EMS c.s. genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 30 april 2020
  • de akte wijziging van eis inhoudende vermindering van eis art. 130 lid 1 Rv Pro
  • de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie en conclusie van eis in een incident ex art. 224 Rv Pro
  • de antwoordconclusie in incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
EMS c.s. vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] veroordeelt zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan [eiser] veroordeeld zou kunnen worden en het bedrag van die zekerheid bepaalt op
€ 12.500,00.
2.2.
Aan deze vordering legt EMS c.s. ten grondslag dat [eiser] de nationaliteit van Singapore heeft en in de procedure heeft laten weten voornemens te zijn naar Singapore te remigreren. Singapore is geen partij bij het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954 of bij een ander verdrag dat maakt dat haar onderdanen geen zekerheid voor het voldoen van proceskosten en schadevergoeding behoeven te stellen. EMS c.s. vreest dat, door het vertrek van [eiser] , een ten laste van [eiser] uitgesproken proceskostenveroordeling niet verhaalbaar zal blijken te zijn en verlangt daarom zekerheid als bedoeld in artikel 224 Rv Pro.
2.3.
[eiser] voert verweer en stelt zich, onder meer, op het standpunt dat een eventuele veroordeling van [eiser] op grond van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna Brussel I bis-verordening), ten uitvoer kan worden gelegd, nu hij zijn woonplaats heeft in Duitsland, waardoor hij op grond van artikel 224 lid 2 sub b Rv Pro geen zekerheid behoeft te stellen.
2.4.
Het staat vast dat [eiser] geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Het geschil heeft derhalve internationale aspecten, zodat allereerst moet worden onderzocht of de Nederlandse rechter bevoegd is daarvan kennis te nemen. Dat is het geval. De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 4 van Pro de in deze zaak toepasselijke Brussel I bis-verordening rechtsmacht, nu de gedaagde partij, EMS c.s., zijn woonplaats in Nederland heeft.
2.5.
Op grond van artikel 224 lid 1 Rv Pro is een ieder zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instelt of zich voegt of tussenkomt in een geding alhier, verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan hij veroordeeld zou kunnen worden. Dit is anders wanneer er sprake is van één van de gevallen als genoemd in artikel 224 lid 2 sub Pro a t/m d Rv. Op grond van artikel 224 lid 2 sub b Rv Pro bestaat geen verplichting tot het stellen van zekerheid indien een veroordeling tot betaling van proceskosten en schadevergoeding op grond van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, een verdrag, een EG-verordening of een wet ten uitvoer zal kunnen worden gelegd ter plaatse waar degene van wie zekerheid gevorderd wordt, zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.
2.6.
Zoals hiervoor is vastgesteld, heeft [eiser] geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland. EMS c.s. vordert zekerheidsstelling, waardoor voor [eiser] in beginsel op grond van artikel 224 lid 1 Rv Pro een verplichting tot het stellen van zekerheid bestaat, tenzij een eventuele veroordeling in de proceskosten in zijn woonplaats of gewone verblijfplaats ten uitvoer kan worden gelegd.
2.7.
[eiser] beroept zich op de Brussel I bis-verordening en stelt zich daarbij op het standpunt dat hij zijn woonplaats in Duitsland heeft. Nederland en Duitsland vallen als EU-lidstaten onder het toepassingsbereik van de Brussel I bis-verordening. Voor de toepassing van de Brussel I bis-verordening op een beslissing van de Nederlandse rechter in deze procedure, is de woonplaats van [eiser] bepalend. Voor het vaststellen van zijn woonplaats moet de rechtbank op grond van artikel 62 lid 2 Brussel Pro I bis-verordening het recht van die andere lidstaat, in dit geval Duitsland, toepassen.
2.8.
De vaststelling van iemands woonplaats, ‘Wohnsitz’, gebeurt naar Duits recht aan de hand van het Bürgerliches Gesetzbuch (hierna BGB). In §7 BGB staat het volgende vermeld:
§ 7 Wohnsitz; Begründung und Aufhebung
(1) Wer sich an einem Orte ständig niederlässt, begründet an diesem Ort seinen Wohnsitz.
(2) Der Wohnsitz kann gleichzeitig an mehreren Orten bestehen.
(3) Der Wohnsitz wird aufgehoben, wenn die Niederlassung mit dem Willen aufgehoben wird, sie aufzugeben.
Uit het eerste lid van bovenstaande paragraaf volgt dat een persoon die zich permanent in een plaats vestigt, aldaar zijn woonplaats heeft.
2.9.
[eiser] stelt zijn woonplaats in Heidelberg (Duitsland) te hebben. Ter onderbouwing van deze stelling heeft [eiser] overgelegd zijn verblijfsvergunning waarop zijn woonadres staat vermeld, zijn inschrijving in de gemeente Heidelberg per 1 maart 2019 en een verklaring van zijn werkgever waaruit volgt dat [eiser] vanaf 1 maart 2019 tot waarschijnlijk 28 februari 2022 bij deze werkgever, gevestigd in Ludwigshafen (Duitsland), werkzaam zal zijn. [eiser] heeft voorts aangevoerd dat zijn vrouw en zoontje naar Singapore zouden gaan, maar hij, gelet op zijn aanstelling in Ludwigshafen, niet. De enkele, niet onderbouwde stelling van EMS c.s., dat [eiser] voornemens is naar Singapore te verhuizen of dat mogelijk al heeft gedaan, is daarmee gemotiveerd betwist door [eiser] . Daarmee heeft [eiser] naar het oordeel van de rechtbank aangetoond dat hij, naar Duits recht, zijn woonplaats heeft in Duitsland, aangezien uit het voorgaande afdoende blijkt dat [eiser] zich permanent in Heidelberg heeft gevestigd. Voor de conclusie dat [eiser] deze woonplaats inmiddels heeft verlaten in de zin van §7 lid 3 BGB heeft EMS c.s. onvoldoende gesteld.
2.10.
[eiser] heeft aldus zijn woonplaats, in de zin van de Brussel I bis-verordening, in Duitsland. Op grond van artikel 39 Brussel Pro I bis-verordening kan een beslissing van een Nederlandse rechter in Duitsland ten uitvoer worden gelegd. Uit artikel 2 onder Pro a van de Brussel I bis-verordening volgt dat onder een ‘beslissing’ eveneens de vaststelling van de proceskosten moet worden begrepen.
2.11.
Nu een eventuele proceskostenveroordeling op grond van de Brussel I bis-verordening in Duitsland ten uitvoer kan worden gelegd, is [eiser] op grond van artikel 224 lid 2 aanhef Pro en sub b Rv niet verplicht zekerheid te stellen. De rechtbank wijst de incidentele vordering van EMS c.s. af.
2.12.
EMS c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident aan de zijde van [eiser] worden veroordeeld. De proceskosten in incident worden begroot op € 543,00 (1 punt maal tarief II).

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
wijst de incidentele vordering tot zekerheidstelling ex artikel 224 Rv Pro af,
3.2.
veroordeelt EMS c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 543,00,
3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
3.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
19 augustus 2020voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Klaasen en in het openbaar uitgesproken op
5 augustus 2020.
ag/mk