Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering in de hoofdzaak en in het incident
4.De beoordeling van het incident
5.De beslissing
19 augustus 2020voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Gelderland
ZIDB c.s., een samenwerkingsverband van stichtingen die wijkverpleging aanbieden, vordert in een incident een voorlopige voorziening tegen Menzis Zorgverzekeraar. Menzis had vanaf november 2019 de betaling van declaraties aan ZIDB c.s. stopgezet vanwege een controle vooraf op rechtmatigheid en doelmatigheid van de zorgkosten, omdat ZIDB c.s. geen contract met Menzis heeft en de gevraagde gegevens niet verstrekte.
ZIDB c.s. stelt dat Menzis onrechtmatig handelt door onrechtmatige druk uit te oefenen, onrechtmatig handelt jegens ZIDB c.s. als betrokken derde en een disproportioneel middel inzet door alle betalingen op te schorten. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek van Menzis binnen haar bevoegdheden valt en dat de voorafgaande machtiging niet automatisch een betalingsverplichting inhoudt.
De rechtbank vindt onvoldoende aannemelijk dat Menzis de betaling uitsluitend stopzet om ZIDB c.s. te dwingen tot medewerking aan het onderzoek. Ook is onvoldoende vastgesteld dat Menzis onrechtmatig handelt jegens ZIDB c.s. of dat de maatregel disproportioneel is. De gevorderde voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en ZIDB c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het gevorderde verbod en voorschot af wegens onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatig handelen door Menzis.