Betrokkene stelde beroep in tegen de crisismaatregel opgelegd door de burgemeester op 25 mei 2020, omdat de eerste crisismaatregel van 22 mei 2020 niet tijdig was voortgezet door een systeemfout. Betrokkene meende daardoor onrechtmatig van zijn vrijheid te zijn beroofd en verzocht tevens om schadevergoeding.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 via beeldbellen plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, een arts en een juridisch adviseur gehoord. De arts verklaarde dat betrokkene tijdens de eerste maatregel drugs had gebruikt en zich had onttrokken aan zorg, waardoor opname noodzakelijk bleef. De juridisch adviseur stelde dat de tweede crisismaatregel op goede gronden was genomen en dat het niet tijdig voortzetten van de eerste maatregel een systeemfout betrof.
De rechtbank overwoog dat er op 25 mei 2020 nog steeds sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat alleen een crisismaatregel dit kon wegnemen. Het opvolgen van crisismaatregelen is wettelijk toegestaan en maakt de tweede maatregel niet onrechtmatig. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.