Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
1.De procedure
- verzoeker
- de rechter
- [naam] , belanghebbende in de hoofdzaak
Rechtbank Gelderland
De wrakingskamer van de rechtbank Gelderland behandelde op 8 juni 2020 het verzoek van de vader van twee minderjarige kinderen tot wraking van de rechter die betrokken was bij de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van zijn kinderen.
Verzoeker stelde dat de rechter onrechtvaardig had gehandeld door hem niet te horen tijdens de telefonische zitting van 10 april 2020 en dat daardoor sprake was van vooringenomenheid. De rechter zou bovendien het gewijzigde verzoek van de gecertificeerde instelling hebben geaccepteerd zonder de belangen van verzoeker mee te wegen.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter en griffier meerdere pogingen hadden gedaan om verzoeker telefonisch te bereiken, maar dat verzoeker zelf niet bereikbaar was en bovendien naar een verkeerd telefoonnummer had gebeld. De beslissing om de zitting door te laten gaan zonder verzoeker te horen werd gezien als een procesbeslissing die gezien de spoedeisendheid en de coronamaatregelen begrijpelijk was.
Verder werd vastgesteld dat de rechter op dat moment alleen een spoedmaatregel had genomen en nog geen definitieve beslissing op het gewijzigde verzoek had gegeven. De wrakingskamer concludeerde dat er geen gegronde aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of de schijn daarvan en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.