ECLI:NL:RBGEL:2020:270
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum indicatie Wlz moet terugwerken bij wegvallen mantelzorger
Eiseres, een vrouw met dementie en lichamelijke klachten, was aangewezen op mantelzorg die grotendeels door haar echtgenoot werd verleend. Na diens hersenbloeding op 20 juli 2018 viel deze mantelzorg plotseling weg. Eiseres vroeg daarop op 31 juli 2018 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
Verweerder stelde eiseres per 28 augustus 2018 in staat voor 24-uurszorg via een persoonsgebonden budget. Het geschil betrof de ingangsdatum van deze indicatie. Eiseres stelde dat de indicatie moet terugwerken tot vóór het besluit, namelijk tot 25 juli 2018 toen zij feitelijk zorg ontving via een thuiszorgorganisatie.
De rechtbank oordeelde dat de beleidsregel van verweerder, die stelt dat de ingangsdatum maximaal vijf dagen vóór de aanvraag mag liggen, in strijd is met artikel 3.2.4, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg. Dit artikel bepaalt dat de indicatie terugwerkt tot de dag waarop de zorg is aangevangen bij bijzondere omstandigheden zoals het wegvallen van mantelzorg.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat eiseres wordt geïndiceerd vanaf 25 juli 2018 tot 3 januari 2019. Verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 22 januari 2020.
Uitkomst: De ingangsdatum van de Wlz-indicatie wordt vastgesteld op 25 juli 2018, terugwerkend vanaf de feitelijke start van de zorg.