Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.Bewezenverklaring
of omstreeksde periode van 17 augustus 2019 tot en met 8 september 2019 te Arnhem en/of Deventer en/of Zutphen, in elk geval in Nederland, goederen, te weten,
één ofmeerdere bankpassen/pinpassen ten name van [slachtoffer 1] en
/of
en/of overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van
dit/die
goed/goederen wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoedendat het een door misdrijf verkregen
goed/goederen betrof;
of omstreeksde periode van 3 tot en met en 4 september 2019 te Zutphen - een personenauto (merk: [merk 1] , typ: [type] , kenteken: [kenteken 1] ,
in elk geval enig goed,
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak, verbreking en/ofeen valse sleutel, door:
/ofte starten en daar vervolgens mee weg te rijden;
/of
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen
goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door: - zonder toestemming van die [slachtoffer 1] (contactloos) te betalen en/of geld op te nemen met de pinpas/bankpas van die [slachtoffer 1] ;
op of omstreeks26 augustus 2019 te Zutphen, een goed, te weten een pinpas/bankpas ten name van [slachtoffer 2] heeft verworven en voorhanden gehad,
en/of overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoedendat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
of omstreeks26 augustus 2019 te Zutphen, - een hoeveelheid geld (25 euro),
in elk geval enig goed,dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdat
/dieweg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door - zonder toestemming van die [slachtoffer 2] te betalen en/of geld op te nemen met de pinpas/bankpas van die [slachtoffer 2] ;
of omstreeksde periode van 29 augustus 2019 tot en met 30 augustus 2019 te Zutphen,
en/of overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoedendat het
of omstreeksde periode van 29 augustus 2019 tot en met 30 augustus 2019 te
in elk geval enig goed,dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdat
/dieweg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door: - zonder toestemming van die [slachtoffer 3] te betalen en/of te pinnen met de pinpas/bankpas van die [slachtoffer 3] ;
of omstreeks27 juni 2019 te Zutphen een elektrische (dames)fiets,
in elk geval enig goed,die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan politie Oost-Nederland, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak,verbreking;
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden;
groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;
benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijkin haar vordering;
- veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 128,70 (honderd achtentwintig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- verklaart de
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] een bedrag
te betalen van € 128,70(honderd achtentwintig euro en zeventig eurocent, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 3 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2020.