ECLI:NL:RBGEL:2020:2630
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens onduidelijkheid bijgebouwen en hondenfokkerij in woongebied
Verzoekster kreeg een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders vanwege het overschrijden van de maximaal toegestane oppervlakte van bijgebouwen en het houden van een hondenfokkerij in een woonomgeving. De last hield in dat zij de bijgebouwen moest terugbrengen tot 150 m2 en de activiteiten rond de hondenfokkerij moest staken.
Er was onenigheid over de legaliteit van oudere bijgebouwen op het perceel, die mogelijk al tientallen jaren aanwezig zijn en waarvoor mogelijk vergunningen zijn verleend. Verweerder had dit onvoldoende onderzocht, waardoor niet duidelijk was of de last correct was geformuleerd. Daarnaast werd vastgesteld dat de hondenfokkerij niet paste binnen de woonbestemming, gezien het aantal honden en nestjes en de commerciële activiteiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit op bezwaar mogelijk niet geheel in stand blijft en dat nader onderzoek naar de bijgebouwen nodig is. Ook werd vastgesteld dat verweerder bevoegd was de last op te leggen voor de hondenfokkerij. Er werd ruimte geboden voor overleg over het maximaal toegestane aantal honden en nestjes.
Daarom werd de last onder dwangsom geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na het besluit op bezwaar vanwege onvoldoende onderzoek naar legaliteit bijgebouwen en overleg over hondenfokkerij.