ECLI:NL:RBGEL:2020:2310

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 april 2020
Publicatiedatum
20 april 2020
Zaaknummer
8229972
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand uitgesteld vanwege coronabeleid

Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek verhuurt een woning aan de huurder die vanaf augustus 2019 de huur niet heeft betaald, waardoor een achterstand van €4.175,- is ontstaan. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur, rente, incassokosten en schadevergoeding.

De huurder erkent de huurachterstand maar betwist de verrekening van de borg met de achterstand. De rechtbank oordeelt dat de borg niet kan worden verrekend met de huurachterstand omdat deze borg dient als zekerheid voor nakoming aan het einde van de huurovereenkomst. De gevorderde incassokosten worden toegewezen omdat deze redelijk en gebruikelijk zijn.

Hoewel de huurachterstand groot genoeg is voor ontbinding en ontruiming, wordt deze beslissing aangehouden vanwege het landelijke beleid in verband met de coronacrisis. Partijen krijgen de gelegenheid om bij een rolzitting te rapporteren over eventuele vermindering van de huurachterstand. De rechtbank veroordeelt de huurder tot betaling van de huurachterstand en bijkomende kosten, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Huurachterstand en kosten toegewezen, ontbinding en ontruiming aangehouden vanwege coronabeleid.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Nijmegen
zaakgegevens 8229972 \ CV EXPL 19-5469 \ 701 \ 44219
uitspraak van
vonnis
in de zaak van
de stichting
Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek
gevestigd te ‘s-Gravenhage
eisende partij
gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Eindhoven
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
gemachtigde F.H. Schoolderman
Partijen worden hierna Spf Metaal en Techniek en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 januari 2020 en de daarin genoemde processtukken
- de akte uitlatingen ten behoeve van de comparitie van partijen van Spf Metaal en Techniek van 14 februari 2020
- de comparitie van partijen van 25 februari 2020.

2.De feiten

2.1.
Spf Metaal en Techniek verhuurt aan [gedaagde] de woning aan Korte Akker 7, 6651WJ te [woonplaats] (verder: de woning) tegen een maandelijks bij vooruitbetaling te betalen huurprijs van € 835,-. [gedaagde] heeft de maandelijks verschuldigde huur vanaf augustus 2019 niet (tijdig) voldaan waardoor, gerekend tot en met december 2019, een huurachterstand is ontstaan van € 4.175,-.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Spf Metaal en Techniek vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. de tussen Spf Metaal en Techniek bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning zal ontbinden;
2. [gedaagde] zal veroordelen om de woning met verdere aanhorigheden binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking te stellen van Spf Metaal en Techniek;
3. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van
A. € 4.743,57 (bestaande uit € 4.175,- aan huurachterstand, € 13,18 aan verschenen rente en € 555,39 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.175,- vanaf 12 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening,
B. een bedrag van € 835,- per maand, zijnde de periodiek verschuldigde huurverplichting vanaf 1 januari 2020 tot aan het tijdstip van ontbinding van de huurovereenkomst,
C. een bedrag ter zake van schadevergoeding van € 835,- per maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijft het gehuurde te ontruimen en ter beschikking te stellen aan Spf Metaal en Techniek, ingaande op het moment van beëindiging van de huurovereenkomst door de kantonrechter;
D. de proceskosten.
3.2.
Spf Metaal en Techniek heeft de vordering ter incasso uit handen gegeven. Ondanks sommatie heeft [gedaagde] het bedrag van de huurachterstand niet betaald. [gedaagde] moet Spf Metaal en Techniek daarom de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten betalen.
3.3.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer waarop, voor zover voor de beslissing van belang, hieronder bij de beoordeling zal worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De huurachterstand wordt door [gedaagde] erkend. De (gemachtigde van) [gedaagde] voert tegen de hoogte van het gevorderde bedrag aan huurpenningen aan, dat de borg ten bedrage van twee maanden huur die [gedaagde] aan Spf Metaal en Techniek heeft betaald, op de vordering in mindering strekt. Dit verweer wordt verworpen. De betaalde borg strekt tot zekerheid voor Spf Metaal en Techniek dat [gedaagde] aan het einde van de huurovereenkomst aan haar verplichtingen uit de huurovereenkomst zal voldoen en kan daarvoor niet worden aangewend om te worden verrekend met onbetaalde huurtermijnen. Het gevorderde bedrag aan huurachterstand wordt daarom toegewezen.
4.2.
De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat Spf Metaal en Techniek buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten ad € 555,39 is in overeenstemming met de gebruikelijke en redelijke tarieven en wordt daarom toegewezen.
4.3.
De kantonrechter is niet bevoegd om partijen een betalingsregeling op te leggen, zoals [gedaagde] ter zitting heeft verzocht. Voor het treffen van een betalingsregeling kan [gedaagde] zich wenden tot (de gemachtigde van) Spf Metaal en Techniek.
4.4.
De hoogte van de huurachterstand, die meer dan drie maanden bedraagt, rechtvaardigt op zich genomen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning. In verband de Corona crisis wordt de beslissing op dit punt in overeenstemming met landelijk beleid aangehouden tot de hierna genoemde rolzitting.
Partijen kunnen zich dan schriftelijk uitlaten over de vraag of en zo ja in hoeverre, gerekend tot en met mei 2020, de huurachterstand wezenlijk is verminderd, door [gedaagde] te onderbouwen met betalingsbewijzen. Daarna beslist de kantonrechter over de vordering tot ontbinding en ontruiming.
4.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Spf Metaal en Techniek te betalen een bedrag van € 4.743,57, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.175,- vanaf 12 december 2019 tot aan de dag van volledige betaling;
5.2.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
stelt partijen in de gelegenheid zich op de rolzitting van vrijdag 5 juni 2020 bij akte schriftelijk uit te laten over de huurachterstand, zoals hiervoor in 4.4. is overwogen;
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.J. Wiegman en in het openbaar uitgesproken door mr. J.A. Verspui op