ECLI:NL:RBGEL:2020:2222
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing contactverbod als schorsingsvoorwaarde
Verdachte, die sinds 2 december 2019 geschorst is van voorlopige hechtenis onder voorwaarden waaronder een contactverbod met medeverdachten geldt, verzocht op 1 april 2020 via zijn raadsvrouw om dit contactverbod te laten vervallen. Verdachte gaf aan dat hij al lang bevriend is met de medeverdachten en dat het contactverbod als beperkend wordt ervaren zonder meerwaarde.
De officier van justitie verzette zich tegen het verzoek. De rechtbank overwoog dat het contactverbod destijds bewust als voorwaarde voor de schorsing is opgelegd en dat verdachte hiermee heeft ingestemd. De rechtbank vond onvoldoende onderbouwing om het contactverbod op te heffen, mede omdat het een verbod betreft op contact met medeverdachten.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. De beslissing werd genomen door de drie rechters op 6 april 2020, zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen. De uitspraak is schriftelijk aan de raadsvrouw van verdachte bekendgemaakt en gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het contactverbod als schorsingsvoorwaarde wordt afgewezen.