Uitspraak
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland,
Beslissing
met ingang van 1 april 2020 te 17:00 uur, onder de volgende voorwaarden.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde op 31 maart 2020 het verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die verdacht wordt van langdurige handel in verdovende middelen. Vanwege de coronamaatregelen kon de zaak niet in een openbare zitting plaatsvinden, maar werd via e-mail standpunten ingewonnen.
De verdediging verzocht primair om opheffing van de voorlopige hechtenis, stellende dat de recidivegrond niet langer aanwezig is en dat artikel 67a lid 3 Sv van toepassing is. Subsidiair werd schorsing gevraagd, waarbij verdachte bereid was voorwaarden na te leven. De officier van justitie verzette zich tegen opheffing en schorsing.
De rechtbank oordeelde dat de recidivegrond onverminderd geldt gezien eerdere veroordelingen in 2014 en 2016 en de ernst van de huidige verdenking. Ook achtte zij artikel 67a lid 3 Sv niet van toepassing. Het primaire verzoek tot opheffing werd daarom afgewezen. Wel achtte de rechtbank voldoende gronden aanwezig om voorlopige hechtenis te schorsen onder strikte voorwaarden, waaronder gedragsinterventie en contact met reclassering.
De voorlopige hechtenis werd met ingang van 1 april 2020 17:00 uur geschorst onder voorwaarden zoals medewerking aan gedragsinterventie, melden bij reclassering en aanwezigheid bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak. Deze beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en een griffier, waarbij vanwege corona een dienstdoende tekenrechter tekende.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst onder strikte voorwaarden vanaf 1 april 2020.