Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
de officier van justitie
[klager] ,
De procedure
Het onderzoek in raadkamer
Het standpunt van klager
Het standpunt van de officier van justitie
De beoordeling
De beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Gelderland
Op 12 maart 2020 diende klager een klaagschrift in tegen de inhouding van zijn rijbewijs op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Klager gaf aan dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werkzaamheden als servicemonteur, waarbij hij vaak op locatie werkt en ook nachtdiensten draait, waardoor openbaar vervoer geen optie is.
De officier van justitie stelde het klaagschrift ongegrond wegens een snelheidsovertreding van 126 km/u waar 60 km/u was toegestaan, en benadrukte het belang van verkeersveiligheid. De raadkamer onderzocht het dossier, waaronder het proces-verbaal van de politie, en concludeerde dat aan de wettelijke eisen voor inhouding was voldaan.
Echter, de raadkamer weegt mee dat klager een first offender is en dat het belang van klager bij het gebruik van zijn rijbewijs zwaar weegt. Daarom verklaart de raadkamer het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs, met de kanttekening dat de strafrechter later een eigen oordeel zal vormen over de rijbevoegdheid en mogelijke strafoplegging.
De beslissing werd genomen zonder openbare terechtzitting vanwege coronamaatregelen, waarbij de belangen van de volksgezondheid prevaleerden. De uitspraak is gedaan op 26 maart 2020 door rechter C. Kleinrensink.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt aan klager teruggegeven.