Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.Bewezenverklaring
en – al dan niet – met voorbedachten rade[slachtoffer] zwaar lichamelijk
en – al dan niet – na kalm beraad en rustig overleg,
/of
(vervolgens
)naar die [slachtoffer] gelopen, terwijl die [slachtoffer] nog in de
/zijnauto zat
/of
(vervolgens
)het portier van de bijrijderskant van die auto geopend en
/of
(vervolgens
)meermalen met kracht en met gebalde vuist
op/tegen het hoofd
/gezicht
/of
(vervolgens
)meermalen met een mes
, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in
/debe
(e
)n
(en)van die [slachtoffer] gestoken,
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren;
wijst af het verzoek tot opheffing en het verzoek tot schorsingvan het bevel tot voorlopige hechtenis.
schadevergoedingaan de
benadeelde partij [benadeelde 1], van een bedrag van
€ 20.661,50 (twintigduizend zeshonderdéénenzestig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 86,84 (zesentachtig euro en vierentachtig cent);
benadeelde partij [benadeelde 1] voor het overige niet-ontvankelijkin haar vordering;
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij
[benadeelde 1], een bedrag
te betalen van € 20.661,50 (twintigduizend zeshonderdéénenzestig euro en vijftig cent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 138 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijkin zijn vordering;
schadevergoedingaan de
benadeelde partij [benadeelde 3], van een bedrag van
€ 944,88 (negenhonderdvierenveertig euro en achtentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 798,18 (zevenhonderdachtennegentig euro en achttien cent);
benadeelde partij [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijkin haar vordering;
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij
[benadeelde 3], een bedrag
te betalen van € 944,88 (negenhonderdvierenveertig euro en achtentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 18 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;