ECLI:NL:RBGEL:2020:1388
Rechtbank Gelderland
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over trapliftvoorziening bij progressieve ziekte ALS
Eiseres, een alleenstaande moeder met ALS, vroeg meerdere malen om een traplift als maatwerkvoorziening op grond van de Wmo. De gemeente weigerde deze te verstrekken omdat een traplift geen adequate langetermijnoplossing zou zijn en omdat de kosten al waren gemaakt voordat de aanvraag formeel was ingediend.
De rechtbank stelt vast dat eiseres tijdig haar hulpvraag kenbaar heeft gemaakt en dat de gemeente niet binnen de wettelijke termijn van zes weken een onderzoek heeft uitgevoerd. Ook heeft de gemeente nagelaten een tijdelijke maatwerkvoorziening te bieden, terwijl dit gezien de progressieve aard van ALS noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelt dat het begrijpelijk en verdedigbaar is dat eiseres zelf een traplift heeft aangeschaft en dat de gemeente niet heeft aangetoond dat dit niet de goedkoopste adequate oplossing was. Daarom is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 2.3.2 en 2.3.3 van de Wmo.
De rechtbank doet een tussenuitspraak en geeft de gemeente zes weken de tijd om het gebrek te herstellen door vergoeding van de trapliftkosten onder voorwaarden. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt de gemeente in de gelegenheid het besluit te herstellen door vergoeding van de trapliftkosten binnen zes weken.