ECLI:NL:RBGEL:2019:6351
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing adoptieverzoek minderjarige uit Palestijnse gebieden wegens ontbreken beginseltoestemming en kennelijk belang
Verzoekers, een echtpaar met de Nederlandse nationaliteit, vroegen de rechtbank om adoptie van een minderjarige geboren in Bethlehem, die onder hun zorg is gesteld door de Nationale Palestijnse Autoriteit. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van een adoptie in de Palestijnse gebieden, maar van een voogdijmaatregel, aangezien het islamitisch recht adoptie niet kent. Hierdoor is het Haags Adoptieverdrag niet van toepassing en geldt Nederlands recht.
De man had geen beginseltoestemming van de Minister van Veiligheid en Justitie voor de opname van het kind in Nederland aangevraagd, wat volgens de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) verplicht is. De vrouw verblijft met het kind in het buitenland, waardoor de Wobka niet op haar van toepassing is. De rechtbank kon niet vaststellen dat adoptie in het kennelijk belang van het kind is, mede omdat geen gezinsonderzoek mogelijk was vanwege het verblijf in het buitenland.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing omdat een inhoudelijk belangonderzoek niet kon plaatsvinden. Verzoekers konden geen bewijs leveren van een eerder gezinsonderzoek in de Palestijnse gebieden. Daarom wees de rechtbank het adoptieverzoek af voor zowel de man als de vrouw.
Uitkomst: Het verzoek tot adoptie van de minderjarige is afgewezen wegens ontbreken van beginseltoestemming en onvoldoende bewijs van het kennelijk belang.