Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de e-mail met bijlagen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] van 5 december 2019
- de e-mails met bijlagen van Achilles c.s. van 5 december 2019
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser sub 1] en [eiser sub 2]
- de pleitnota van Achilles c.s.
- de eis in reconventie.
2.De feiten
Bij aangetekend verzonden brief van 12 juli 2019 hebben [eiser sub 1] en [eiser sub 2] aan Achilles bericht dat de situatie vanwege de opzegging niet langer wordt gedoogd en dat Achilles het terrein uiterlijk op 12 augustus 2019 dient te verlaten.
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling, zowel in conventie als in reconventie
Ten aanzien van de overige privaatrechtelijke rechtsverhoudingen, waaronder het onder 2.2. vermelde opstalrecht, is tussen de betrokken partijen eveneens vastgelegd dat deze zijn geëindigd.
Terzijde zij opgemerkt dat Achilles c.s. niet heeft tegengesproken dat zij vooraf is gewezen op de risico’s die aan dit faillissement waren verbonden en dat zij desondanks heeft geweigerd de overeengekomen gebruiksvergoeding aan Accommodatie Achilles te voldoen.
De conclusie is dat Achilles ook aan dit opstalrecht kan geen recht meer kan ontlenen tot het gebruik van de opstallen op het sportpark.
De gevorderde dwangsommen worden toegewezen als na te melden.
Het voorgaande leidt er verder er dat het in reconventie gevorderde niet toewijsbaar is. Ter zake van het beschadigde kunstgrasveld, de lichtmasten en de doelen geldt dat Achilles c.s., nu zij het sportpark voorlopig niet meer mag gebruiken, geen spoedeisend belang heeft dat deze zaken worden hersteld en teruggeplaatst, nog daargelaten dat Achilles c.s. geen toereikende grondslag om [eiser sub 1] en [eiser sub 2] daartoe verplichten niet heeft gesteld.
980,00