In deze zaak stond centraal wie het beheer over een facebookpagina toekomt die door een voormalige werknemer was aangemaakt tijdens haar dienstverband bij een dierenopvang. De werknemer had de pagina vanuit haar persoonlijke account opgezet en beheerde deze, maar de inhoud en het doel van de pagina waren gericht op de activiteiten van de werkgever.
De werkgever vorderde overdracht van het beheer van de facebookpagina, terugbrengen van de pagina naar een eerdere staat, en een verbod op lasterlijke uitlatingen door de werknemer. De werknemer betwistte het eigendom van het beheer en stelde dat zij de pagina op eigen initiatief had aangemaakt en beheerde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beheer van de facebookpagina toekomt aan de werkgever omdat de pagina was aangemaakt voor en tijdens het dienstverband, de inhoud gerelateerd was aan de werkgever, en het beheer onderdeel was van de arbeidsovereenkomst. De vordering tot overdracht van het beheer werd toegewezen met een gematigde dwangsom. De vordering tot terugbrengen van de pagina werd afgewezen wegens onvoldoende belang en onduidelijkheid. Ook werd geoordeeld dat de uitlatingen van de werknemer op Twitter niet onrechtmatig waren, omdat ze feitelijk waren onderbouwd en de vrijheid van meningsuiting niet onnodig werd beperkt.
De werknemer werd veroordeeld tot overdracht van het beheer binnen twee dagen en tot betaling van proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.