Uitspraak
Liander N.V.
Rechtbank Gelderland
De erven van een overleden eigenaar van een woning vorderden terugbetaling van kosten die zij hadden betaald voor het opnieuw aansluiten van de woning op het gas- en elektriciteitsnet na een brand door blikseminslag. De woning was afgebrand en herbouwd, waarbij Liander als netbeheerder nieuwe aansluitingen aanlegde. De erven stelden dat Liander zelf de kosten voor het herstel van de gas- en elektraleidingen moest dragen, omdat zij eigenaar was van de leidingen en de schade door de brand was veroorzaakt.
Liander voerde verweer dat er een overeenkomst was gesloten met de eigenaar voor de aansluiting en dat de kosten niet onverschuldigd waren betaald. Ook stelde Liander dat de vervanging van de gasleiding niet door de brand maar door veroudering noodzakelijk was. De rechtbank oordeelde dat er een geldige overeenkomst van opdracht was gesloten en dat betaling door de eigenaar niet onverschuldigd was. Daarnaast was onvoldoende komen vast te staan dat Liander ongerechtvaardigd was verrijkt, mede omdat niet duidelijk was of en wanneer Liander de gasleiding op eigen kosten zou hebben vervangen.
De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de erven tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter Peerdeman en op 7 augustus 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen tot terugbetaling van de aansluitkosten worden afgewezen en de erven worden veroordeeld in de proceskosten.