ECLI:NL:RBGEL:2019:4127
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter vanwege vermeende rechtsweigering en vermeende vooringenomenheid, met verwijzing naar artikel 6 EVRM Pro. Zij stelde dat haar beroep niet inhoudelijk zou worden behandeld, wat volgens haar een schending van haar recht op een eerlijk proces betekende.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de aangevoerde gronden van verzoekster slechts bestaan uit veronderstellingen en suggesties, zonder concrete feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid kunnen rechtvaardigen. De rechter had toegelicht dat de zitting van 26 juli 2019 uitsluitend diende om de ontvankelijkheid van het beroep te behandelen vanwege het niet betalen van het griffierecht.
De rechtbank oordeelde dat het niet behandelen van de inhoudelijke zaak op die zitting niet neerkomt op rechtsweigering. De rechter handelde conform de procedurele regels en gaf aan dat de inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden indien het griffierecht alsnog is voldaan of er geen sprake is van verzuim.
Gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden die wijzen op partijdigheid, werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem op 3 september 2019 in openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.