Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering in conventie
4.De vordering in voorwaardelijke reconventie
6.De beslissing
;
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vordert FCB dat het Kinderopvangcentrum wordt veroordeeld tot betaling van openstaande werkgeversbijdragen over de jaren 2012 tot en met 2017, gebaseerd op de algemeen verbindend verklaarde CAO FCB. Het Kinderopvangcentrum betwist de rechtmatigheid van de CAO, de hoogte van de bijdrage en stelt onder meer dat de CAO nietig is en dat de bijdrage in strijd is met het vrij verkeer van diensten.
De rechtbank oordeelt dat de CAO FCB wel degelijk een cao is die betrekking heeft op arbeidsvoorwaarden en dat deze niet onrechtmatig of nietig is verklaard. De algemeen verbindend verklaring maakt de CAO bindend voor alle werkgevers binnen de werkingssfeer, waaronder het Kinderopvangcentrum valt. Ook wordt geoordeeld dat de bijdrage niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn of de Dienstenwet.
Verder is vastgesteld dat het Kinderopvangcentrum de gevraagde loonsomgegevens niet tijdig heeft verstrekt, waardoor FCB gerechtigd was de bijdrage naar beste vermogen vast te stellen met een opslag van 10%. De vordering van FCB wordt dan ook toegewezen, inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten. De reconventionele vorderingen van het Kinderopvangcentrum worden afgewezen, onder meer omdat geen recht bestaat op vergoeding van scholingskosten met terugwerkende kracht.
De proceskosten worden aan het Kinderopvangcentrum opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het Kinderopvangcentrum is gehouden tot betaling van de werkgeversbijdrage aan FCB over 2012-2017, inclusief rente en kosten.