ECLI:NL:RBGEL:2019:3385
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek minderjarige tot wijziging zorgregeling na scheiding ouders
De minderjarige heeft de rechtbank verzocht om de zorgregeling te wijzigen zodat zij bij haar moeder kan wonen en haar vader minder vaak ziet. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over de kinderen. De huidige zorgregeling houdt in dat de kinderen om de week bij de moeder of vader verblijven.
De rechter heeft de brief van de minderjarige en e-mails van beide ouders bestudeerd, en gesprekken gevoerd met de minderjarige, haar ouders en een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. De minderjarige gaf aan dat zij meer rust ervaart bij haar moeder en haar vader minder vaak wil zien.
De rechter erkent het belang van de wens van de minderjarige, maar oordeelt dat het belang van het kind beter gediend is met de huidige zorgregeling. De weekwisselregeling zorgt voor gelijke zorgverdeling en behoudt de onderlinge relatie tussen de drie kinderen. De communicatieproblemen tussen de ouders worden niet opgelost door een wijziging van de zorgregeling.
De rechter benadrukt het belang van hulp voor de ouders om hun communicatie te verbeteren en hoopt dat zij deze ondersteuning zullen zoeken. Het verzoek van de minderjarige wordt formeel afgewezen, waarbij de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden wordt vermeld.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige tot wijziging van de zorgregeling wordt afgewezen en de huidige weekwisselregeling blijft gehandhaafd.