Bij vonnissen van 9 mei 2017 zijn twee verzoekers in staat van faillissement verklaard en is mr. B.S. Witteveen tot curator benoemd. Op 12 april 2019 verzochten zij de rechtbank om ontslag van deze curator wegens een vermeende vertrouwensbreuk en onbetamelijk handelen.
De verzoekers stelden dat het saldo van €40.000 op de boedelrekening onvoldoende was om de faillissementen af te wikkelen en dat de curator te veel uren besteedde aan dubbele of onnodige werkzaamheden. Zij verwezen onder meer naar de afwikkeling van een kwestie met de SVB en de vereffening van een erfenis.
De curator betwistte het ontbreken van vertrouwen en onbetamelijk handelen en stelde dat haar ontslag niet in het belang van de boedel zou zijn. De rechter-commissaris onderschreef dit standpunt en stelde dat een vertrouwensrelatie tussen curator en gefailleerden niet noodzakelijk is en dat de curator veel tijd moest besteden vanwege de complexe afwikkeling.
De rechtbank overwoog dat een vertrouwensbreuk geen vetorecht geeft aan gefailleerden en dat de curator een ruime mate van vrijheid heeft om het boedelbelang te dienen. De gemaakte afspraken over het salaris van de curator konden niet worden vastgesteld. Gelet op deze omstandigheden ontbraken zwaarwegende redenen voor ontslag, zodat het verzoek werd afgewezen.