ECLI:NL:RBGEL:2019:256
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar Wbp-verzoek wegens misbruik van recht
Eiser heeft een verzoek ingediend op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om inzage te krijgen in alle over hem verwerkte persoonsgegevens over een specifieke periode. Verweerder stelde dit verzoek buiten behandeling en verklaarde het bezwaar daarop niet-ontvankelijk wegens vermeend misbruik van recht. De rechtbank beoordeelde of sprake was van misbruik van recht en concludeerde dat eiser het Wbp-verzoek niet voor een ander doel dan het wettelijk toegestane inzagerecht had ingediend.
De rechtbank nam daarbij mee dat het verzoek voldoende specifiek was en niet ongericht, en dat het niet aannemelijk was dat eiser met het verzoek het gemeentelijk apparaat wilde frustreren om een financiële vergoeding af te dwingen. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie dat zwaarwichtige gronden vereist zijn voor niet-ontvankelijkheid wegens misbruik van recht, zeker bij rechtsmiddelen van burgers tegen de overheid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van het recht op inzage en de zorgvuldige toetsing van misbruik van recht bij bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens ten onrechte niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens misbruik van recht.