Partijen, Crown Interstyle Furniture Collection B.V. en Teugra B.V., sloten in 2011 een mondelinge agentuurovereenkomst waarbij Crown als handelsagent provisie ontving over verkopen in een bepaald rayon. Teugra uitte in 2018 het voornemen een extra agent aan te stellen in het rayon van Crown vanwege tegenvallende verkoopresultaten. Crown vorderde ontbinding van de overeenkomst wegens dringende reden of gewijzigde omstandigheden, met vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van beëindiging met wederzijds goedvinden of opzegging door Teugra. Het enkel uitspreken van het voornemen tot aanstelling van een tweede agent was nog geen dringende reden voor ontbinding. Wel was sprake van een verandering in omstandigheden, waaronder oplopende klachten, langere levertijden, het niet meer verstrekken van orderbevestigingen en provisieoverzichten, en de feitelijke aanstelling van een accountmanager in het rayon van Crown.
De rechter ontbond de agentuurovereenkomst per 1 mei 2019 en kende Crown een billijke vergoeding van €8.000 toe, gebaseerd op de duur van de overeenkomst en de gerealiseerde provisie. Een verklaring voor recht dat de verandering in omstandigheden aan Teugra toerekenbaar is, werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Teugra werd veroordeeld in de proceskosten.