Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.Bewezenverklaring
of omstreeks1 september 2018 te Zutphen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven,
Meerdere malen, althans eenmaal,met een mes in/door de (onder)arm heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeks1 september 2018 te Zutphen, ter uitvoering van het door verdachte
, althans eenmaalmet een mes,
althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting van
het hoofd en/ofde buik en/of het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft gestoken,
of omstreeks1 september 2018 te Zutphen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft vernield
, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
.In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank grond om het aantal dagen vervangende hechtenis te matigen en te bepalen op 10 in het geval verdachte niet binnen de wettelijke termijn aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden;
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;
benadeelde partij [slachtoffer 1]ter zake van feit 1 tot een bedrag van
€ 19.506,55 (negentienduizend vijfhonderdzes euro en vijfenvijftig cent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
benadeelde partij [slachtoffer 1]voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;
de benadeelde partij [slachtoffer 1], tot op heden begroot op
€ 24,89 (vierentwintig euro en negenentachtig cent);
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , te betalen
€ 19.506,55 (negentienduizend vijfhonderdzes euro en vijfenvijftig cent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 10 (tien) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
benadeelde partij [slachtoffer 2]ter zake van feit 2 tot een bedrag van
€ 1.319,00 (duizend driehonderdnegentien euro),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] te betalen
€ 1.319,00 (duizend driehonderdnegentien euro),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 2 (twee) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
benadeelde partij [slachtoffer 3] namens [naam 1]ter zake van feit 3 tot een bedrag van
€ 345,62 (driehonderdvijfenveertig euro en tweeënzestig cent)vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
verplichtingop
om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] namens [naam 1] te betalen
€ 345,62 (driehonderdvijfenveertig euro en tweeënzestig cent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 1 (één) dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;