Eiseres had in de jaren 2003-2009 leningen van een Duitse vennootschap [E] GmbH & Co. De schuld bedroeg ultimo 2010 €3.100.000. In 2011 werd [E] failliet verklaard en ontstond discussie over de toerekening van de kwijtscheldingswinst van deze schuld aan het belastingjaar 2011 of 2012.
Eiseres stelde dat in 2011 al een principeakkoord was bereikt met de curator, ondersteund door e-mailcorrespondentie en brieven van de curator en Deutsche Bank, en dat de formele schikkingsovereenkomst in 2012 slechts een formaliteit was. Verweerder rekende de winst toe aan 2012, omdat de formele goedkeuring van de crediteurenvergadering toen plaatsvond.
De rechtbank overwoog dat een schuld gewaardeerd moet worden naar de feiten per balansdatum. Hoewel de schuld civielrechtelijk nog bestond in 2011 en het akkoord voorwaardelijk was, was het zo goed als zeker dat de schuld niet zou worden voldaan. De correspondentie en brieven maakten duidelijk dat in 2011 een principeakkoord was bereikt. De formele goedkeuring in 2012 was slechts een formaliteit.
Daarom mocht de kwijtscheldingswinst in 2011 worden verantwoord. De aanslag vennootschapsbelasting 2012 werd vernietigd en vastgesteld op basis van een belastbare winst zonder de kwijtscheldingswinst. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.