Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
Procesverloop
Overwegingen
(…) Voor [[school], rechtbank] is een andere situatie ontstaan. Omdat het aantal leerlingen van deze school onder de absolute opheffingsnorm van 23 is terecht gekomen kunnen wij geen beroep meer doen op een uitzonderingsbepaling. Daarom hebben wij op het formulier aangegeven daarvan ook geen gebruik te zullen maken.
De bekostiging van kleine scholen werkt in het primair onderwijs als een belemmering om tot oplossingen te komen voor de gevolgen van leerlingendaling. Wanneer kleine scholen samengaan zien zij de bekostiging per leerling dalen tot een bedrag dat past bij een grotere school. De bekostiging per leerling is op kleine scholen hoger dan op iets grotere scholen. (…) Hoewel een fusie vanuit kwaliteitsoogpunt noodzakelijk kan zijn, ontstaat er tegelijkertijd een personeelsprobleem voor het bestuur. Dit werkt remmend op de keuze voor een fusie als passende oplossing voor leerlingendaling.’ En op pagina’s 12 en 13: ‘
Om schoolbesturen in staat te stellen na de fusie hun organisatie stapsgewijs aan te passen aan de nieuwe situatie, wordt nu al een aanvullende bijzondere bekostiging bij fusie toegekend (de fusiecompensatieregeling). Volgens de huidige regeling wordt de verlaging van de bekostiging als gevolg van fusie tijdelijk gecompenseerd. Deze compensatie wordt in de vijf jaar na de fusie gaandeweg verminderd (100 procent in het eerste jaar, daarna telkens twintig procent minder).
I. Algemeen
Door samenvoeging van scholen [neemt, rechtbank] door het wegvallen van een vaste voet en het verminderen van het aantal toeslagen ten behoeve van de schoolleiding, de bekostiging af. In geval van samenvoeging van basisscholen verdwijnt of vermindert eveneens de kleine scholentoeslag en wordt de bekostiging voor onderwijsachterstanden verminderd. Als gevolg van de samenvoeging wordt een bestuur veelal geconfronteerd met boventallig personeel.’
Om van samenvoeging te kunnen spreken moet sprake zijn van een substantiële instroom van leerlingen van de opgeheven school naar de fusieschool. Het moet daarbij gaan om minstens 50% van het aantal leerlingen.’.De rechtbank is van oordeel dat deze - losstaande en niet nader uitgelegde - passage uit de toelichting onvoldoende gewicht in de schaal legt om het begrip ‘samenvoeging’ in de Regeling 2015 zo uit te leggen als verweerder stelt. Reden daarvoor is dat de rechtbank het in strijd met de rechtszekerheid acht om, in weerwil van de grammaticale en teleologische uitleg van het begrip ‘samenvoeging’ in de Regeling 2015 zoals hiervoor in deze uitspraak gegeven, toch doorslaggevende betekenis aan deze passage toe te kennen. Als verweerder aan een aanspraak op bijzondere bekostiging wegens samenvoeging in de zin van de Regeling 2015 de eis van de overgang van een substantieel aantal leerlingen naar de fusieschool had willen verbinden, daargelaten of de Wpo verweerder daarvoor de mogelijkheid biedt, dan had hij dat in de tekst van de Regeling 2015 moeten doen. Verweerder heeft dat in de Regeling 2015 nagelaten. Het beroep van verweerder op de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 3 december 2018 (zaaknummer LEE 18/1073, niet gepubliceerd op rechtspraak.nl) slaagt dan ook niet.
Beslissing
fusie: een bestuurlijke of institutionele fusie,
institutionele fusie: een fusie waarbij een school ontstaat door samenvoeging van twee of meer scholen, (…)