Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.vennootschap onder firma [gedaagde sub 1],
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit (VbV) schadevergoeding van een veroordeelde gewoonteopzetheler ([gedaagde sub 3]) en diens vennootschap onder firma (V.O.F.) wegens heling van gestolen auto’s. De rechtbank beoordeelt de aansprakelijkheid en de bewijsvoering van de schade.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagde sub 3] aansprakelijk is voor de heling van 33 auto’s, waarbij de vordering voor 21 auto’s wordt afgewezen omdat deze zijn gestolen toen hij minderjarig was. VbV heeft de betaling van verzekeringspenningen voldoende aangetoond met bankafschriften, schriftelijke verklaringen en batchbetalingen. De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van €705.889,03, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
De V.O.F. is hoofdelijk aansprakelijk voor schade die is ontstaan na de oprichting van de vennootschap op 1 januari 2012. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, zodat partijen eigen kosten dragen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De vordering tegen [gedaagde sub 2] blijft geschorst en wordt verwezen naar de parkeerrol. De uitspraak volgt op eerdere tussenvonnissen en een strafrechtelijke veroordeling van [gedaagde sub 3].
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de veroordeelde heler en zijn V.O.F. tot hoofdelijke betaling van ruim €700.000 schadevergoeding plus wettelijke rente, met afwijzing van buitengerechtelijke kosten en schorsing van de vordering tegen een andere gedaagde.