Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 mei 2018, waarin haar verzoek om een afschrift van een melding op grond van de Wet politiegegevens werd afgewezen. Tijdens de zitting op 8 november 2018 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken, waardoor het belang van eiseres bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep verviel.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel blijft het belang bestaan bij de beoordeling van de door eiseres gevorderde proceskostenvergoeding en het griffierecht. Verweerder erkent dat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen, maar verzet zich tegen een hoger dan standaard toe te kennen bedrag.
De rechtbank oordeelt dat de zaak een standaardzaak betreft en kent proceskosten toe op basis van het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht, met een totaalbedrag van €1.002 voor proceskosten en een vergoeding van het griffierecht van €170. De intrekking van het besluit tijdens de procedure vormt geen reden voor een hogere vergoeding.