ECLI:NL:RBGEL:2018:4787

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 november 2018
Publicatiedatum
7 november 2018
Zaaknummer
18/1795
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WaboArt. 2.12 WaboArt. 1.1 Crisis- en herstelwetArt. 1.6a Crisis- en herstelwetArt. 8:1 Awb
Verwijzingen
13 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belanghebbende bij omgevingsvergunning zonnepark

Eiser, eigenaar van meerdere percelen nabij het zonnepark, stelde beroep in tegen de omgevingsvergunning die aan derde-partij was verleend voor de realisatie van een zonnepark op een perceel met bestemmingen 'Agrarisch' en 'Natuur'. De vergunning is verleend ondanks strijd met het bestemmingsplan, op grond van de Crisis- en herstelwet.

De rechtbank onderzocht eerst de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat eiser geen belanghebbende is. Dit omdat de gevolgen van het zonnepark voor zijn woon- en leefomgeving van geringe betekenis zijn. De afstand tussen het zonnepark en de percelen van eiser bedraagt ongeveer 215 meter, en er wordt beplanting aangebracht om het zicht op de zonnepanelen te beperken. Ook een foto die eiser overlegde bevestigt dat het zicht minimaal verandert.

Verder zijn er geen andere ruimtelijke effecten vastgesteld die eiser persoonlijk raken. Eiser gaf aan dat zijn bezwaar zich beperkt tot het uitzicht. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat eiser geen belanghebbende is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank gaat daarom niet in op de inhoudelijke gronden van het beroep en wijst proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is bij het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: 18/1795

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: M.H. Brascamp),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij], te [woonplaats].

Procesverloop

Bij besluit van 21 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan derde-partij een omgevingsvergunning verleend.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 september 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. F.H. van Sintmaartensdijk en J. Wesseldijk. Namens derde-partij zijn verschenen [derde-partij], R. de Wolff, deskundige [derde-partij] en gemachtigde
mr. D.S. Groeneveld.

Overwegingen

1. Eiser is eigenaar van de percelen [locatie], [locatie], [locatie] en [locatie] en twee percelen, kadastraal bekend onder de nummers [locatie] en [locatie], in [woonplaats]. Derde-partij heeft een aanvraag gedaan om een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark op het perceel [locatie] in [woonplaats].
De omgevingsvergunning ziet op de activiteit: ‘gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Op de gevraagde locatie van het zonnepark rusten de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Natuur’. Niet in geschil is dat het zonnepark niet past binnen deze bestemmingen en daarom in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied eerste herziening’.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder de gevraagde vergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo verleend.
Aan het bestreden besluit heeft verweerder de ruimtelijke onderbouwing ‘Zonneakker Voorst’ ten grondslag gelegd. In de ruimtelijke onderbouwing staat dat er geen belemmeringen zijn voor het verlenen van de omgevingsvergunning.
Crisis- en herstelwet2. Op grond van artikel 1.1, eerste lid, onder a, gelezen in verbinding met categorie 1, onder 1.1 van bijlage I van de Crisis- en herstelwet (Chw) is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing op het bestreden besluit.
Ontvankelijkheid
3. Voordat de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil kan toekomen, zal de rechtbank eerst de vraag moeten beantwoorden of het beroep ontvankelijk is. Om deze vraag te beantwoorden zal de rechtbank onderzoeken of eiser belanghebbende is.
3.1
Op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.
Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
3.2
Bij de beantwoording van de vraag of eiser belanghebbende is stelt de rechtbank voorop dat vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
(hierna: de Afdeling), zie bijvoorbeeld haar uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:737, bepaalt dat voor het zijn van belanghebbende aannemelijk moet zijn dat hij als gevolg van de verleende vergunning gevolgen van enige betekenis kan ondervinden.
In haar uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, heeft de Afdeling toegelicht dat gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar die gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt onder meer acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op en planologische uitstraling van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
3.3
De rechtbank stelt vast dat de kortste afstand tussen de percelen van eiser en het zonnepark ongeveer 215 meter bedraagt. De gevolgen van het zonnepark voor het zicht van eiser zijn van geringe betekenis. Onder meer aan de noordzijde van het zonnepark wordt beplanting geplaatst van 3 meter hoog om het zicht op de 2,5 meter hoge zonnepanelen te ontnemen. Ook de foto die eiser op de zitting heeft overgelegd bevestigt dat de verandering die in het uitzicht optreedt minimaal is; op de foto valt het zonnepark weg in het omringende landschap. Verder is nog van belang dat op basis van de agrarische bestemming een soortgelijke belemmering van het uitzicht zou kunnen ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat in zoverre gevolgen van enige betekenis ontbreken. Verder is niet gebleken van andere ruimtelijke effecten waardoor eiser gevolgen van enige betekenis ondervindt. Daar komt bij dat eiser op de zitting heeft toegelicht dat het hem enkel gaat om zijn uitzicht en dat hij niet verwacht dat sprake zal zijn van andere ruimtelijke gevolgen. Gelet hierop is eiser geen belanghebbende bij het bestreden besluit.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke bespreking van de beroepsgronden.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. T. Gelo, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Crisis- en herstelwet van toepassing.
Op grond van artikel 1.6a van de Crisis- en herstelwet kunnen na genoemde zes weken geen gronden meer worden aangevoerd.