Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke verweer van de rechter van 23 oktober 2018
- een aanvullend schriftelijk verweer van de rechter van 25 oktober 2018
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft twee wrakingsverzoeken ingediend tegen dezelfde rechter in een civiele familierechtelijke procedure. Het eerste verzoek was niet onderbouwd en het tweede verzoek werd ingediend voordat de behandeling van het eerste verzoek was afgerond, zonder dat nieuwe feiten waren opgedoken.
De wrakingskamer oordeelde dat het tweede verzoek gebaseerd was op feiten die ook bij het eerste verzoek bekend waren, waardoor het verzoek niet tijdig was ingediend. Verzoeker, als advocaat bekend met de vereisten, bracht geen bijzondere omstandigheden aan die de late indiening rechtvaardigen.
Verder concludeerde de wrakingskamer dat het wrakingsinstrument werd misbruikt om ongenoegen over de procedure te uiten en de voortgang te frustreren. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.