Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. P.J. Wiegman, rechter in een civiele zaak, omdat de rechter de tegenpartij toestond irrelevante feiten schriftelijk te beargumenteren en verzoeker onvoldoende tijd en uitleg kreeg voor het overleggen van medische stukken.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en dat wraking alleen mogelijk is bij concrete aanwijzingen van rechterlijke vooringenomenheid. Procesbeslissingen zoals het opvragen van medische verklaringen en het verwijzen van een zaak voor repliek zijn geen gronden voor wraking.
De kamer benadrukte dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen het onmogelijk maakt om via wraking een oordeel te verkrijgen over de juistheid van procesbeslissingen. Er was geen enkele aanwijzing dat de rechter partijdig was, ook niet bij de termijn van vier weken voor repliek.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.