ECLI:NL:RBGEL:2018:4423
Rechtbank Gelderland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na voorlopige hechtenis afgewezen wegens buitenlandse veroordeling
Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van schade van €315,- wegens ondergane inverzekeringstelling in maart 2017. De raadkamer behandelde het verzoek op 26 september 2018 en hoorde verzoeker, zijn advocaat en de officier van justitie.
De advocaat stelde dat het om twee afzonderlijke zaken ging, omdat de dagvaarding in Nederland was ingetrokken en er een sepotbeslissing was, waardoor verzoeker ontvankelijk zou zijn. De officier van justitie handhaafde het verweer dat het verzoek niet ontvankelijk was.
De raadkamer constateerde dat verzoeker in Polen onherroepelijk was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar met een proeftijd van 3 jaar voor het feit uit maart 2017. Hierdoor was de zaak niet geëindigd zonder strafoplegging. De raadkamer oordeelde dat een buitenlandse onherroepelijke veroordeling de toepassing van artikel 89 Sv Pro uitsluit.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding voor de voorlopige hechtenis. Voor het verzoek over de zaak uit november 2016 kon geen vergoeding worden toegekend omdat die zaak nog niet was afgedaan.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis vanwege een onherroepelijke buitenlandse veroordeling.