ECLI:NL:RBGEL:2018:4390
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. Zippelius
- L. van Gijn
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vaststellingsovereenkomst VWNW-beleid met ontbindende voorwaarde
Eiser, werkzaam bij de Belastingdienst, verzocht om een vaststellingsovereenkomst onder het Van-Werk-Naar-Werk-beleid (VWNW), variant B, met ontslagdatum 1 maart 2010 en een ontbindende voorwaarde. Verweerder, de staatssecretaris van Financiën, wees dit verzoek af op grond van de Regeling Belastingdienst die een uiterste ontslagdatum van 1 maart 2020 hanteert. Het bezwaar van eiser werd eveneens ongegrond verklaard.
Eiser stelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat verweerder de belangen onvoldoende had afgewogen. Hij stelde dat sprake was van opgewekt vertrouwen en dat hem variant B zonder ontbindende voorwaarde had moeten worden toegekend. De rechtbank stelde vast dat de Regeling Belastingdienst geen voorziening bevat voor de door eiser gewenste ontbindende voorwaarde en dat de hardheidsclausule niet toegepast hoefde te worden omdat er geen onbillijkheid van overwegende aard bestond.
De rechtbank oordeelde dat de regeling een vertrekregeling betreft die ambtenaren vrij laat om zelf te bepalen of zij hiervan gebruik maken, met alle risico’s van dien. Verweerder was niet verplicht risico’s af te dekken of variant B zonder ontbindende voorwaarde toe te kennen nadat eiser het aanbod had afgewezen. De vastgestelde einddatum van 1 september 2016 kon niet worden overschreden vanwege politieke gevoeligheid en het gevaar van precedentwerking.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag vaststellingsovereenkomst VWNW met ontbindende voorwaarde is ongegrond verklaard.