ECLI:NL:RBGEL:2018:4383

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 oktober 2018
Publicatiedatum
11 oktober 2018
Zaaknummer
05/740360-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 63 SrArt. 239 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf voor schennis van de eerbaarheid op recreatiegebied Bussloo

Op 19 juli 2017 bevond verdachte zich op het terrein van recreatiegebied Bussloo te Wilp, waar hij zich met ontbloot geslachtsdeel op een openbare plaats bevond. Twee jonge vrouwen zagen verdachte naakt liggen en voelden zich onveilig toen hij naar hen toe kwam lopen. Verdachte werd ter plaatse aangehouden en ontkende de feiten.

De rechtbank achtte de verklaringen van de aangeefsters en het proces-verbaal van aanhouding betrouwbaar en overtuigend, terwijl de ontkenning van verdachte niet geloofwaardig werd bevonden. Tevens bleek uit justitiële documentatie dat verdachte eerder veelvuldig met politie en justitie in aanraking was geweest wegens soortgelijke feiten.

De rechtbank verklaarde verdachte schuldig aan schennis van de eerbaarheid en veroordeelde hem tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van één jaar. Gezien de aard van het feit, de omstandigheden en het verleden van verdachte achtte de rechtbank deze straf passend, zonder bijzondere voorwaarden zoals ambulante behandeling.

De straf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland op 11 oktober 2018.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van één jaar wegens schennis van de eerbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer : 05/740360-17
Datum uitspraak : 11 oktober 2018
Verstek
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen
van 19 juli 2018 en 27 september 2018.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 19 juli 2017 te Wilp, gemeente Voorst, in ieder geval in Nederland,
de eerbaarheid heeft geschonden, door zich op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten op het terrein van recreatiegebied Bussloo, met ontbloot geslachtsdeel te bevinden;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schennis van de eerbaarheid op een openbare plaats.
Beoordeling door de rechtbank
Aangeefsters [naam 1] (verder: aangeefster [naam 1] en [naam 2] (verder: aangeefster [naam 2] ) waren op 19 juli 2017 op het strand van Bussloo te Wilp. Zij verklaren dat er een onbekende man met een fiets kwam aanlopen. De man ging verderop liggen. Ze zagen dat de man steeds naar hen bleef kijken. De man kleedde zich uit en bleef naar hen kijken. Ze zagen dat de man ook zijn zwembroek uit deed en naakt was. Ze zagen dat de naakte man ineens naar hen toe kwam lopen. Zij voelden zich onprettig en onveilig. [2]
Aangeefster [naam 2] verklaart, tijdens het opnemen van de aangifte, tegen verbalisant [verbalisant 1] dat de man die op dat moment op heterdaad door zijn collega’s wordt aangehouden, de man is die schennis heeft gepleegd. [3]
Aangeefster [naam 1] verklaart dat de man die de politie heeft meegenomen naar hun auto, de man is die zijn penis aan hen heeft laten zien. [4]
Verdachte is ter plaatse aangehouden. [5] Hij heeft ontkend schennis te hebben gepleegd. Volgens verdachte heeft hij niet naakt gelegen, heeft hij de meisjes niet gezien en komt hij nooit op Bussloo. Ook zou hij nog nooit eerder met de politie in aanraking zijn geweest wegens schennis. [6]
Gelet op beide aangiften en het proces-verbaal van aanhouding is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte op een openbare plaats de eerbaarheid van beide aangeefsters heeft geschonden. De rechtbank acht de verklaring van verdachte niet geloofwaardig, nu deze haaks staat op de aangiften en het proces-verbaal van aanhouding, maar ook in strijd is met de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte anders dan hij heeft verklaard veelvuldig wegens schennis met politie en justitie in aanraking is geweest.

3.Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks19 juli 2017 te Wilp, gemeente Voorst,
in ieder geval in Nederland,
de eerbaarheid heeft geschonden, door zich op
of aaneen plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten op het terrein van recreatiegebied Bussloo, met ontbloot geslachtsdeel te
bevinden;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
“Schennis van de eerbaarheid op een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd”

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met toepassing van artikel 63 Wetboek Pro van Strafrecht.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:
- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 15 augustus 2018;
- een voorlichtingsrapportage van reclassering Nederland, gedateerd 4 juni 2018.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid van twee jonge vrouwen die samen op het strand van Bussloo waren. Aangeefsters wisten niet wat verdachte van plan was en zij voelden zich daardoor erg onprettig en onveilig.
Verdachte is in het verleden veelvuldig veroordeeld voor soortgelijke feiten. Op 16 mei 2018 is aan hem voor een soortgelijk feit een geldboete opgelegd. De rechtbank zal er rekening mee houden dat de behandeling van deze zaak op die zitting had kunnen worden meegenomen.
De rechtbank is van oordeel dat, mede gelet op artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken passend en geboden is, . De rechtbank zal de proeftijd bepalen op 1 jaar, nu sinds het plegen van het feit ruim een jaar is verstreken. Aan de voorwaardelijke straf zullen geen bijzondere voorwaarden, zoals bijvoorbeeld een verplichte ambulante behandeling, worden verbonden, omdat dit gelet op het reclasseringsrapport bij verdachte – gelet op diens beperkingen en problematiek – geen effect zal hebben en niet haalbaar is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 239 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken;
 bepaalt, dat deze gevangenisstraf,
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op
één jaarwordt bepaald;
- dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Schoo (voorzitter),
mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. E.H.T. Rademaker, rechters,
in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op
11 oktober 2018.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van de politie Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, afdeling Thematische Opsporing, team Zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017336798, gesloten op 9 augustus 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , p. 13-14 en proces-verbaal van aangifte van [naam 2] , p. 15-16.
3.Proces-verbaal van aangifte van [naam 2] , p. 16 en proces-verbaal van aanhouding, p. 6
4.Proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , p. 13-14
5.Proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] p. 6-7
6.Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 18-23