ECLI:NL:RBGEL:2018:4252
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zedenzaak tegen verdachte
Verdachte werd beschuldigd van seksueel misbruik van een licht verstandelijk beperkte vrouw in de periode van augustus 2015 tot januari 2016. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer en ondersteunend bewijsmateriaal.
De rechtbank beoordeelde de betrouwbaarheid van het slachtoffer als hoog, maar stelde vast dat er geen aanvullend steunbewijs was dat het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv vervulde. Medewerkers van de instelling hadden weliswaar onderbuikgevoelens over de bezoeken van verdachte, maar deze konden niet als steunbewijs dienen.
Verder ontbrak elk getuigenverklaring die het seksuele contact bevestigde. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende wettig bewijs aanwezig was om verdachte te veroordelen en sprak hem vrij van de tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor seksueel misbruik.