ECLI:NL:RBGEL:2018:4057
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Verhaal WGA-uitkering op garantsteller na ophouden werkgever eigenrisicodrager
De zaak betreft het verhaal van een WGA-uitkering over juni 2017 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (verweerder) op Achmea Schadeverzekeringen N.V. (eiseres), als garantsteller van de eigenrisicodrager werkgever E.M. Cobussen. Cobussen was eigenrisicodrager voor de WGA sinds 2009 en had één werknemer die in 2016 uit dienst trad. Verweerder verhaalde de uitkering niet langer op Cobussen maar op eiseres, omdat Cobussen geen werkgever meer was.
Eiseres betoogde dat Cobussen nog actief was en niet eerst was aangesproken, zodat het verhaal niet terecht op haar kon plaatsvinden. Verweerder stelde dat volgens artikel 84, vierde lid, van de Wet WIA bij het ophouden van het werkgeverschap het verhaal verplicht op de garantsteller moet plaatsvinden, ongeacht interne afspraken.
De rechtbank oordeelde dat het dienstverband van de enige werknemer per 16 september 2016 was beëindigd en dat Cobussen sindsdien geen werkgever meer was. Hierdoor is verweerder op grond van de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 84, vierde lid, van de Wet WIA gehouden de WGA-uitkering te verhalen op de garantsteller. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het verhaal van de WGA-uitkering op de garantsteller.