Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
toeen
Rechtbank Gelderland
Op 12 februari 2018 is veroordeelde door de rechtbank Gelderland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden waaronder het melden bij de reclassering en medewerking aan ambulante behandeling.
De officier van justitie diende op 8 mei 2018 een vordering in tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf omdat veroordeelde zich niet aan deze voorwaarden hield. De rechter-commissaris wees een eerdere vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging af op 9 mei 2018.
De rechtbank heeft op 27 augustus 2018 de raadsman gehoord, maar veroordeelde was niet verschenen en de raadsman was niet uitdrukkelijk gemachtigd om te verdedigen. Uit het advies van de reclassering van 7 augustus 2018 bleek dat veroordeelde zich niet meldde en slechts eenmaal telefonisch contact had met de reclassering.
De rechtbank oordeelt dat het niet naleven van de voorwaarden aan veroordeelde is toe te rekenen en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging toe. De voorwaardelijke straf van 4 maanden wordt daadwerkelijk opgelegd met aftrek volgens artikel 27 Sr Pro.
De beslissing is uitgesproken op 10 september 2018 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland.
Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden wegens niet naleven van reclasseringsvoorwaarden.