Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.576,00(4 punten × tarief € 894,00)
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert de vereniging schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van haar penningmeester, die een bedrag van €29.000 heeft erkend te hebben onttrokken uit de kas. De rechtbank beoordeelt het bewijs, waaronder getuigenverklaringen en boekhoudkundige stukken, en constateert dat de boekhouding vóór de periode van de penningmeester chaotisch was en dat niet alle kastekorten aan hem kunnen worden toegeschreven.
Diverse getuigen verklaren dat er al financiële problemen en tekorten waren onder de vorige penningmeester en dat de penningmeester in kwestie juist pogingen heeft gedaan om orde op zaken te stellen. De rechtbank neemt deze verklaringen mee in haar bewijswaardering en concludeert dat slechts een deel van de totale kastekorten het gevolg is van het handelen van de penningmeester.
De rechtbank wijst de schadeposten toe die direct verband houden met het erkende bedrag van €29.000, de rente op een lening die de vereniging moest aangaan vanwege de tekorten, en een proportioneel deel van de aanmanings- en incassokosten. Andere schadeposten, zoals kosten voor het op orde brengen van de boekhouding en onduidelijke kasverschillen, worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaliteit.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de penningmeester tot betaling van beslagkosten en wijst zij de proceskosten toe aan de zijde van de penningmeester. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: De penningmeester is veroordeeld tot betaling van €30.773,23 schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en beslagkosten.