Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te Amersfoort, verweerder.
Procesverloop
.
Rechtbank Gelderland
Eiseres verzocht om erkenning van een in 1701 gebouwd landhuis als tot het Nederlands erfgoed behorend monument buiten Nederland. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde. De rechtbank overwoog dat de erkenning een discretionaire bevoegdheid is waarbij alleen de belangrijkste monumenten in aanmerking komen.
Uit deskundigenrapporten bleek dat het landhuis Nederlandse bouwkundige elementen bevat, maar dat deze niet baanbrekend of richtinggevend waren in Duitsland. Ook was onvoldoende aangetoond dat het landhuis van algemeen belang is voor Nederland of een sterke historische band heeft met Nederland, ondanks de familieband met het Nederlandse koningshuis die pas circa 200 jaar later ontstond.
De rechtbank concludeerde dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het landhuis niet voldoet aan de hoge criteria voor erkenning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van erkenning van het landhuis als Nederlands erfgoedmonument buiten Nederland is ongegrond verklaard.