ECLI:NL:RBGEL:2018:2664
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C. Quak
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname wegens disproportioneel tijdsverloop
Veroordeelde werd op 8 september 2014 veroordeeld door de economische politierechter voor overtreding van de Meststoffenwet. Op 8 februari 2018 gaf de officier van justitie bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek, welke op 14 maart 2018 plaatsvond. Veroordeelde maakte bezwaar tegen het bevel, primair vanwege het lange tijdsverloop van 41 maanden tussen veroordeling en DNA-afname, subsidiair omdat het DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn voor opsporing of vervolging.
De rechtbank overwoog dat de wet geen expliciete termijn voorschrijft voor het bevel, maar dat de officier van justitie dit 'zo spoedig mogelijk' na veroordeling moet geven. Het tijdsverloop van 41 maanden voldoet hier niet aan. Tevens achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat het DNA-onderzoek relevant is gezien de aard van het feit en de omstandigheden.
Daarom oordeelde de raadkamer dat de toepassing van het DNA-onderzoek niet proportioneel is en verklaarde het bezwaarschrift gegrond. De officier van justitie werd gelast het afgenomen DNA-materiaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bevel tot DNA-afname wordt gegrond verklaard en het DNA-materiaal wordt vernietigd.