Uitspraak
[verdachte](hierna te noemen: verdachte),
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 18 januari 2018 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van het telen van hennep en diefstal van stroom door twee of meer verenigde personen. Tijdens de zitting op 4 januari 2018 verscheen verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, en de officier van justitie handhaafde de vordering tot ontneming.
De officier van justitie vorderde op grond van artikel 36e, vijfde lid, Wetboek van Strafrecht, vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel en betaling daarvan aan de Staat, geschat op €237.842,88. Na beoordeling van het bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Medeplichtigheid was niet ten laste gelegd.
Gezien de vrijspraak werd de ontnemingsvordering afgewezen. De rechtbank oordeelde dat zonder veroordeling geen grond bestaat voor ontneming van voordeel. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken en de ontnemingsvordering van €237.842,88 is afgewezen.