Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Gelderland
Op 4 januari 2012 werd verzoeker als voetganger aangereden door een auto die een U-turn maakte. Achmea, de verzekeraar van de bestuurder, erkende aansprakelijkheid. Verzoeker stelde fysieke en cognitieve klachten te hebben als gevolg van het ongeval, waaronder hoofdpijn, concentratieproblemen en moeite met het verdragen van licht en geluid. Neuroloog Verlooy en neuropsycholoog Koene voerden onderzoeken uit. Verlooy concludeerde dat sprake was van een licht schedel/hersenletsel (commotio cerebri) met mogelijk postcommotioneel syndroom, maar zonder objectief medisch substraat voor cognitieve stoornissen. Koene vond inconsistenties in de testresultaten en onvoldoende symptoomvaliditeit, wat twijfel opriep over de betrouwbaarheid van de cognitieve klachten.
Verzoeker vorderde onder meer een verklaring voor recht dat zijn klachten aan het ongeval zijn toe te rekenen en een voorschot op schadevergoeding. Achmea betwistte dit en stelde dat onvoldoende bewijs bestond voor de toerekening van klachten. De rechtbank oordeelde dat het licht schedel/hersenletsel als gevolg van het ongeval vaststaat, maar dat de cognitieve klachten onvoldoende betrouwbaar zijn vastgesteld vanwege onvoldoende valide symptoomvaliditeitstests en gebrek aan duidelijkheid over testcriteria.
Daarom kon de rechtbank geen definitieve beslissing nemen over de toerekening van de klachten en de daaruit voortvloeiende schade. Verzoeken tot vergoeding van schade en voorschot werden afgewezen. Wel werden de proceskosten begroot op een redelijk aantal uren en werd Achmea veroordeeld tot betaling daarvan. De beschikking draagt bij aan verdere vaststellingsovereenkomsten tussen partijen.
Uitkomst: Verzoeker liep licht schedel/hersenletsel op; overige verzoeken tot toerekening klachten en schadevergoeding worden afgewezen; Achmea betaalt proceskosten.