ECLI:NL:RBGEL:2017:986
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot wijziging dadelijk uitvoerbare vrijheidsbeperkende maatregel
De rechtbank Gelderland heeft op 23 februari 2017 uitspraak gedaan over een vordering van het Openbaar Ministerie tot wijziging van een locatieverbod dat als dadelijk uitvoerbare vrijheidsbeperkende maatregel was opgelegd aan een veroordeelde. Deze maatregel betrof een contact- en locatieverbod met betrekking tot de ex-partner en hun kinderen.
De officier van justitie vorderde wijziging van het locatieverbod omdat de ex-partner en kinderen inmiddels waren verhuisd. Zij baseerde haar vordering op artikel 14f tweede lid Wetboek van Strafrecht, dat de wijziging van bijzondere voorwaarden regelt, en stelde dat deze regeling analoog toegepast kon worden op vrijheidsbeperkende maatregelen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 14f Sr geen grondslag biedt voor wijziging van een maatregel opgelegd op grond van artikel 38v Sr, ook niet via analogie. De wet voorziet niet in wijziging van dergelijke dadelijk uitvoerbare maatregelen. Tevens wees de rechtbank op de mogelijkheid voor de ex-partner om via kort geding een nieuw locatieverbod te verkrijgen.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot wijziging van het locatieverbod. De rechtbank was wel bevoegd de vordering te beoordelen, maar de ontvankelijkheid ontbrak vanwege het ontbreken van een wettelijke wijzigingsmogelijkheid.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot wijziging van het locatieverbod.