Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beslissing
teruggavevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen verdachte, te weten:
Rechtbank Gelderland
Verdachte werd beschuldigd van medeplichtigheid aan meerdere woninginbraken op 13 oktober 2016 in Beekbergen, Heerde en Hattem. Zij zou medeverdachten met een auto naar de woningen hebben vervoerd en hen hebben geholpen bij het plegen van de inbraken. Daarnaast werd verdachte verweten een geldbedrag te hebben ontvangen dat mogelijk afkomstig was uit misdrijf.
De officier van justitie stelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen voor de woninginbraken, maar dat het meer subsidiaire feit van het ontvangen van geld wel bewezen kon worden. De verdediging betoogde volledige vrijspraak wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte op de hoogte was van de inbraakplannen of opzettelijk behulpzaam was geweest. Ook was niet vastgesteld dat het ontvangen geldbedrag uit een misdrijf afkomstig was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partijen konden hun schadevorderingen niet ontvankelijk worden verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. Verder werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en werden in beslag genomen schoenen teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplichtigheid aan woninginbraken.