Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beslissingen
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde.
Rechtbank Gelderland
Op 14 februari 2016 vond tijdens een waterpolowedstrijd een incident plaats waarbij verdachte en het slachtoffer tot verschillende teams behoorden. Het slachtoffer liep hoofdletsel op met langdurige gevolgen. De officier van justitie stelde dat verdachte het slachtoffer meermalen tegen het hoofd had geslagen of gestompt, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
Tijdens de zittingen bleek dat het hoofdletsel op drie mogelijke manieren kon zijn ontstaan: door slaan of stompen door verdachte, door een kopstoot van het slachtoffer zelf, of door onbeheerste zwembewegingen van verdachte. Getuigen van beide partijen gaven tegenstrijdige verklaringen en de scheidsrechter rapporteerde onbeheerste bewegingen van verdachte.
De militaire kamer concludeerde dat geen van de mogelijke oorzaken voldoende was uitgesloten en dat er daardoor geen overtuigend bewijs was dat verdachte het slachtoffer had geslagen of gestompt. Daarom sprak de kamer verdachte vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel.