Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil en de beoordeling in het incident
4.De beslissing
21 februari 2018voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Gelderland
Vrijheid Apeldoorn B.V. vordert betaling van € 1.200.000,00 plus rente van Maatschap c.s. en andere verweerders. Maatschap c.s. vordert zekerheidstelling voor proceskosten op grond van artikel 224 Rv Pro, omdat zij vrezen verhaal in Thailand onmogelijk is. De rechtbank onderzoekt of Vrijheid Apeldoorn B.V. en [eiser 2] woonplaats hebben in Nederland, wat bepalend is voor de verplichting tot zekerheidstelling.
Uit het handelsregister blijkt dat de statutaire zetel van Vrijheid Apeldoorn B.V. in Nederland is gevestigd, ondanks een kantooradres in Thailand. De rechtbank oordeelt dat de statutaire zetel bepalend is en dat de vennootschap woonplaats in Nederland heeft. Hierdoor is geen zekerheidstelling jegens deze vennootschap vereist.
Voor [eiser 2], die geen woonplaats in Nederland heeft, geldt de hoofdregel dat zekerheid moet worden gesteld, tenzij verhaal in Nederland redelijkerwijs mogelijk is. Vrijheid Apeldoorn c.s. heeft onvoldoende onderbouwing gegeven van vermogensbestanddelen in Nederland, zodat zekerheidstelling wordt opgelegd.
De rechtbank bepaalt de hoogte van de zekerheid op € 20.148,00, gebaseerd op een redelijke inschatting van proceskosten. De zekerheid moet worden gesteld door middel van een onherroepelijke bankgarantie van een gerenommeerde Nederlandse bank. Alternatieve vormen van zekerheid worden afgewezen vanwege onvoldoende waarborg voor verhaal.
De proceskosten in het incident worden gecompenseerd en de hoofdzaak wordt op 21 februari 2018 hervat.
Uitkomst: Vrijheid Apeldoorn B.V. hoeft geen zekerheid te stellen, maar [eiser 2] wordt veroordeeld tot zekerheidstelling van € 20.148,00 middels bankgarantie.