Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 28 november 2017
[X] , te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
(…)
herallocatie van bestaande schulden welke met een hypotheek op het huis aan de [A-straat 1]
zijn verzekerd, hebben doorgevoerd waardoor een bedrag van minimaal € 567.500
(inclusief deze lening), boven de hypothecaire schuld ad € 1.200.000,- aan schuld in verband
met de aankoop van de woning aan de [A-straat 2] te [Z] kan worden gealloceerd;
(…)”
betrekking op de woning aan de [A-straat 2] te [Z] . Dat hiervoor ook op de woning
aan de [A-straat 1] een hypotheek is gehandhaafd geeft ons het recht ook na 2012
(indien het huis aan de [A-straat 1] alsdan nog niet is verkocht) de rente op de leningen
tot een bedrag van hoofdsom ad Euro 2.221.731,-- in aftrek te brengen. Na de verkoop van
het huis aan de [A-straat 1] zal het hypotheekdeel ad Euro 725.000,-- alsmede het
deel ad Euro 310.000,-- uit de verkoopopbrengst worden terugbetaald. Op een eventuele
restschuld zal alsdan de aftrek van hypotheekrente mogelijk blijven.”
Wettelijk kader
eigenwoningschuld verstaan het gezamenlijke bedrag van de schulden van de
belastingplichtige:
schulden die zijn aangegaan:
a. ter verwerving van de eigen woning, doch ten hoogste tot een gezamenlijk bedrag gelijk
aan de kosten ter verwerving van de woning;
b. voor verbetering of onderhoud van de woning (…), doch ten hoogste tot een gezamenlijk bedrag gelijk aan de kosten van verbetering, of onderhoud van de woning (…).”
van:
a. de renten van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld;
b. de kosten van geldleningen die behoren tot de eigenwoningschuld;
(…)”.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;