ECLI:NL:RBGEL:2017:6124

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 november 2017
Publicatiedatum
27 november 2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 4945
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 AwbArt. 7:11 AwbArt. 6:15 AwbArt. 2.33 lid 2 sub b Wabo
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken instemming voor rechtstreeks beroep tegen primair besluit intrekking omgevingsvergunning

Derde-partij exploiteert een horecagelegenheid waarvoor een omgevingsvergunning voor de plaatsing van een scherm is verleend op 20 april 2016. Eisers maken bezwaar tegen deze vergunning vanwege geluidhinder en betwisten de rechtmatigheid van de vergunning en de bevoegdheid van verweerder om deze te verlenen.

Verweerder heeft bij besluit van 7 april 2017 het bezwaar ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verweerder op 31 augustus 2017 een bestreden besluit genomen waarin de oorspronkelijke vergunning van 20 april 2016 is ingetrokken en een nieuwe omgevingsvergunning is verleend. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit geen nieuwe beslissing op bezwaar is, maar een primair besluit waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt. Omdat eisers geen instemming hebben gevraagd om rechtstreeks beroep te mogen instellen tegen dit primair besluit, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank zendt het beroep door aan verweerder ter behandeling als bezwaar en ziet geen aanleiding tot het veroordelen van verweerder in proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen instemming is gevraagd voor rechtstreeks beroep tegen het primair besluit.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 17/4945

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaak tussen
[eiser], [eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser],
[eiser]en
[eiser], allen wonende te [woonplaats], eisers (gemachtigde: mr. T.E.P.A. Lam),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen, verweerder.

Derde-partij: [derde-partij], te [woonplaats] (gemachtigde: mr. P.H.N. van Spanje).

Procesverloop

Op 29 maart 2016 heeft derde-partij gevraagd om verlening van een omgevingsvergunning voor de plaatsing van een scherm parallel aan de erfgrens tussen het perceel [locatie] te [woonplaats] en de percelen [locatie] te [woonplaats].
Bij besluit van 20 april 2016 heeft verweerder de omgevingsvergunning verleend.
Op 24 mei 2016 hebben [eiser] en [eiser] daartegen bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 7 april 2017 heeft verweerder het primaire besluit in stand gelaten.
Op 2 mei 2017 hebben eisers [eiser] en [eiser] daartegen beroep ingesteld. Dit beroep staat bekend onder zaaknummer 17/2265. In die zaak wordt op dezelfde dag als in deze zaak uitspraak gedaan.
Bij besluit van 31 augustus 2017 (hierna: bestreden besluit) heeft verweerder:
a. het besluit van 20 april 2016 ingetrokken; en
b. een omgevingsvergunning verleend voor de plaatsing van het scherm in afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘[woonplaats], tweede herziening’ (hierna: bestemmingsplan).
Eisers hebben beroep tegen het bestreden besluit ingesteld. Dit beroep staat bekend onder zaaknummer 17/4945.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Op 5 oktober 2017 is het beroep behandeld tijdens een zitting. Daarbij waren aanwezig:
- mr. T.E.P.A. Lam, die werd vergezeld door [eiser] en [eiser];
- M. van den Broeke namens verweerder;
- [derde-partij], bijgestaan door mr. P.H.N. van Spanje.

Overwegingen

Inleiding
1. Derde-partij exploiteert op het adres [locatie] te [woonplaats] (hierna: perceel) een horecagelegenheid met de naam ‘[locatie]’. De horecagelegenheid bestaat uit een café- en lunchruimte, een zaal (‘[locatie]’) en een terras (‘buitentuin’). Een deel van het terras is overdekt met een veranda.
2. Eisers stellen dat de exploitatie van de horecagelegenheid leidt tot een onevenredige aantasting van hun woongenot, met name vanwege geluidhinder. Daarom willen zij dat verweerder de exploitatie van de horecagelegenheid aan banden legt. Tegen deze achtergrond moeten de diverse geschillen tussen partijen worden gesitueerd.
Omvang van het geding
3. Eisers bestrijden de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning voor de plaatsing van het scherm in afwijking van het bestemmingsplan.
4. Eisers betogen dat verweerder niet langer bevoegd is om voor de plaatsing van het scherm een omgevingsvergunning te verlenen, en dat de plaatsing van het scherm overigens in strijd komt met redelijke eisen van welstand.
Oordeel van de rechtbank
5. De rechtbank constateert allereerst dat de beslissing op bezwaar van 7 april 2017 (nog) niet is ingetrokken. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat het bestreden besluit slechts artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wabo noemt als reden voor intrekking van de op 20 april 2016 verleende omgevingsvergunning. Verder signaleert de rechtbank dat verweerder in het bestreden besluit niet spreekt over “herroepen”, de term die in artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt gebruikt voor het terugnemen van een besluit op grondslag van een bezwaar.
6. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit niet strekt tot wijziging van het besluit van 7 april 2017, maar, naast de verlening van een omgevingsvergunning, slechts tot intrekking van het besluit van 20 april 2016. In het verlengde hiervan is de rechtbank van oordeel dat de op 20 april 2016 verleende omgevingsvergunning niet is ingetrokken op grondslag van het bezwaar van 24 mei 2016 (dat immers heeft geleid tot het besluit van 7 april 2017), maar slechts op grondslag van het verzoek van de derde-partij om intrekking van die vergunning.
7. Het vorenstaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit niet kan worden aangemerkt als een (nieuwe) beslissing op bezwaar in de zin van artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb. Daarom kwalificeert zij het bestreden besluit als een primair besluit waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt.
8. Eisers hebben verweerder niet gevraagd om instemming tot het instellen van rechtstreeks beroep tegen het bestreden besluit. Daarom zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
9. De rechtbank zal het beroep – met toepassing van artikel 6:15, eerste en tweede lid, van de Awb – doorzenden aan verweerder, ter behandeling als bezwaar.
10. Nu de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk zal verklaren, ziet zij geen reden om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die eisers voor de behandeling van het beroep hebben gemaakt.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Koenraad, voorzitter, mr. J.H. van Breda en
mr. M.J.M. Verhoeven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Mengerink, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.